Iets over de toegang tot het recht

In het Dagblad van het Noorden van 10 mei stond een stuk over de strijd van jurist Kors van Bladeren tegen de bouw van de Kattenbrug over de Diepenring in Groningen. Daarin troffen mij twee observaties van Van Bladeren die ik herkende uit mijn eigen praktijk.

Partijdig bestuur en coulante rechter

Ten eerste de indruk dat de gemeente Groningen het niet altijd nauw neemt met de toepassing van de eigen planologische regels en voorschriften als die aan projecten in de weg staan. Ten tweede de waarneming dan niet alle bestuursrechters voldoende kennis hebben van het omgevingsrecht en de neiging vertonen in geschillen tussen burger en overheid het betreffende overheidsorgaan de hand boven het hoofd te houden. In een apart katern bij het stuk staan nog enige andere voorbeelden waarin de gemeente in opspraak is geraakt over de toepassing van de bouwregels.

Onevenwichtige belangenafweging

Helaas moet ik bekennen dat ik zelf als advocaat van bezwaar makende burgers tegen door de overheid (soms aan zichzelf) verleende bouwvergunningen regelmatig tegen deze situatie ben aangelopen. In een aantal zaken is het mij opgevallen dat de gemeente zijn dossier niet altijd op orde heeft en er niet zelden nogal bijzondere interpretaties op na houdt over de uitleg van ruimtelijke voorschriften. Daarbij valt mij vervolgens op dat de bestuursrechter bij gelegenheid zeer coulant is voor de gemeente om formele verzuimen goed te maken en niet altijd kritisch is op vage argumentaties waarom in een bepaald geval de gekozen uitleg van de eigen regels te verdedigen is. Meestal gaat het dan om een in de ogen van de gemeente groot belang, waarvoor de belangen van bezwaarmakers dan maar moeten wijken.

Vertrouwen in overheid en rechtspraak

Het lijkt mij niet bevorderlijk voor het vertrouwen van burgers in de overheid als zij in een procedure op deze wijze bakzeil moeten halen. De rechtsstaat geldt ook op lokaal niveau en dat betekent dat burgers er van uit mogen gaan dat de gemeente de eigen regels objectief en correct uitlegt en toepast en dat de rechter de belangen van bezwaarmakers even zorgvuldig weegt als die van de gemeente.

Toegang tot het recht

Ook lijkt het mij zorgelijk als de veronderstelling van Van Bladeren, dat burgers in het licht van een cultuur waarin politiek-bestuurlijke belangen hoger worden aangeslagen dan het belang van een zorgvuldige rechtsbescherming, minder snel geneigd zijn geld en energie te steken in een zaak tegen de overheid. Als burgers zich op voorhand machteloos voelen en om die reden afzien van de mogelijkheid hun recht te zoeken is dat een wel heel bijzondere belemmering voor de toegang tot het recht. En was niet een van de lessen uit de Kindertoeslagenaffaire niet dat de toegang tot het recht substantiële verbetering behoeft?

Overigens: gisteren (11 mei) haalde de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State een streep door de uitspraak van de rechtbank. Dat dan weer wel.

Meer weten? Bel mij gerust op 050-3115544.

Welmoed de Boer.