Moord en krediet

waarom zou u die kant opgaan?

Moet een bank een moord billijken?

Met de bezuinigingen op de rechtsstaat laat een zeer recente uitspraak van het Gerechtshof van 12 maart 2019 zien hoeveel troost te vinden is in de wetenschap dát er zoiets bestaat als onafhankelijke en genuanceerde rechtspraak.

Vrouwe Justitia steekt een stokje voor het plan van de bank om een financiering te beëindigen met tot gevolg dat de klant financieel in de vernieling wordt geholpen – ‘simpelweg’ op grond van overtreding van de Algemene bankvoorwaarden. De rechter eist van de bank een zorgvuldige belangenafweging. Voor al haar klanten, dus ook voor u.

Maar de bank leek wel verdraaid goede argumenten te hebben…

Wat was er aan de hand?

Een moord en een veroordeling van een sportschooleigenaar als opdrachtgever van die moord gaf de bank (de Volksbank – voorheen SNS Bank) aanleiding om alle kredietfaciliteiten van de opdrachtgever van de moord en van diens echtgenote op te zeggen. De moord was namelijk gepleegd in/nabij het gezamenlijk appartement van de opdrachtgever van de moord en zijn echtgenote en het appartement was (tezamen met meerdere panden die in eigendom waren van het echtpaar) gefinancierd door de bank.

Reputatieschade?

De bank vreesde reputatieschade en wilde absoluut niet langer een veroordeelde crimineel – die nota bene een moord had laten plegen in een door haar gefinancierde woning – financieel ondersteunen. De consequentie van deze beslissing was dat de echtgenote, die niet was veroordeeld in verband met de moord, hard geraakt zou worden door de gevolgen van de beslissing van de bank om niet langer te financieren.

De vrouw van de veroordeelde crimineel verzette zich tegen de opzegging door de bank en spande een procedure aan.

Wut? De bank wenst ‘reputatie en integriteit te beschermen’?

Op zich had de bank de algemene bankvoorwaarden aan haar zijde. De bank betoogde dat zij op grond van regelgeving verplicht is een adequaat beleid te voeren dat een integere uitoefening van het bankbedrijf waarborgt. Onderdeel van dat beleid is dat de bank zich distantieert van gedragingen en gebeurtenissen die een gevaar vormen voor haar reputatie en integriteit.

Het Gerechtshof erkent dat dit een zwaarwegend belang is, maar dat dit belang gerelativeerd wordt gelet op de omstandigheden van het geval.

Hoe oordeelt de rechter in zo’n ernstig geval?

Weliswaar is het appartement gebruikt om de moord voor te bereiden, het slachtoffer te bespieden om uiteindelijk het slachtoffer vlak buiten het appartement dood te schieten, maar, zo stelt het Gerechtshof vast, er is sprake geweest van een eenmalige gebeurtenis. Het appartement is niet gebruikt om stelselmatig criminele activiteiten uit te oefenen, zoals een hennepkwekerij. Evenmin is de bankrelatie gebruikt om criminele activiteiten te financieren.

De concrete reputatieschade die door de bank is betoogd is niet aangetoond.

Weliswaar waren er betalingsachterstanden opgelopen, maar duidelijk is geworden dat er sprake was van een kredietlimiet die niet is overschreden.

Heel zielig hoor.

De echtgenote heeft belang bij het behoud van de woning waarin zij samen met haar echtgenoot en vier, deels nog minderjarige, kinderen woont en zij heeft tevens belang bij het behoud van de huurinkomsten van andere panden die tevens door de bank zijn gefinancierd.

De echtgenote heeft aannemelijk gemaakt dat beëindiging van de kredietovereenkomst zou betekenen dat er ineens tonnen in euro’s aan schulden zouden ontstaan. De echtgenote zou per direct failliet gaan.

Het Gerechtshof oordeelt op grond van deze omstandigheden dat de bank weliswaar een zwaarwegend belang heeft voor het vermijden van reputatieschade, maar dat uiteindelijk de omstandigheden van het geval bepalen of de bank een dergelijk ingrijpende maatregel als een opzegging van een kredietrelatie mag nemen.

In lijn met Hoge Raad.

De opzegging van de bank strandt daarmee op de door de Hoge Raad bevestigde regel dat indien een kredietverlener gebruikmaakt van een overeengekomen bevoegdheid tot beëindiging van de kredietovereenkomst, de rechtsgeldigheid daarvan moet worden beoordeeld aan de hand van de overeenkomst en de maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW. De opzegging is niet rechtsgeldig indien gebruikmaking van die bevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, gelet op alle omstandigheden van het geval, onaanvaardbaar is.

Deze uitspraak toont wederom aan welke invloed het leerstuk van de redelijkheid en billijkheid in ons rechtssysteem heeft. Het toont aan dat het recht dienstig moet zijn aan alle feiten en omstandigheden van het geval. Dit levert genuanceerde rechtspraak op. Wie wordt daar nu niet blij van?

Op de stoel van de rechter?

Daar staat tegenover dat vast niet iedereen de handen op elkaar krijgt voor deze beslissing van de rechter. Vraagt u zich eens af: “hoe waardeer ik deze kwestie?”

Mochten deze dilemma’s u bekend voorkomen, omdat u (wegens vergelijkbare of hopelijk andere omstandigheden) zelf verzeild bent geraakt in een kwestie tegen een bank,  al dan niet met een moord op uw geweten, en bent u op zoek naar deskundigheid op het gebied van contracten en de mogelijkheid van opzegging, neemt u dan gerust contact op met mijn kantoor.

Dennis Wouda, specialist contractenrecht.

Advocaat van Kaliber.